Jaén, 4 dagen-trip

Facebookmail

Een bezoek aan de provincie Jaén, ten noorden van Granada en gekend om zijn miljoenen olijfbomen.
 
Het liefste dat we doen is op ontdekking gaan in eigen streek, met name in gans Andalusië.
 
Nu het minder warm is, is het najaar (of het voorjaar) het uitgelezen moment om landinwaarts te trekken en deze keer richting de provincie Jaén. Op zo een uurtje rijden van Granada, een 2,5 uur van Málaga.


DAG 1

Ubéda, een pareltje authenticiteit.

Ubeda, werelderfgoedstad, is zijn titel meer dan waard
Op de patio van 

Ubeda kwam veel vroeger dan Malaga (1487) en Granada (1492) namelijk in 1212, na de slag van Navas de Tolosa, terug in handen van de Katholieken na de Moorse bezetting.

Oude moskeeën werden moderne gotische kerken. Het was pas in de 16 de eeuw dat de stad onder toedoen van de secretaris van Keizer Karel V, Francisco de Cobos, een artistiek en cultureel centrum werd.

We kozen deze authentieke stad Ubeda als uitvalsbasis om de streek te verkennen en logeerden in het charmante hotel Alvaro de Torres, pal in het historisch centrum van de stad. Ik was vooral erg onder de indruk van de patio, het uitgebreide ontbijt en het vriendelijk personeel. Een plek waar je je “thuis” voelt.

Hotel Alvaro de Torres

Eenmaal gesetteld gingen we onmiddellijk op ontdekking, maar niet zonder eerst een heerlijke lunch genuttigd te hebben in de Calle Real, een straat om te smullen.  Dwalend door de straatjes en pleintjes vielen we van de ene verbazing in de andere. Veel volk viel er niet te bespeuren en de magische stilte maakte alles nog verrassender.

Dat de Renaissance hier hoogtij vierde net na de Middeleeuwen is zeer goed te merken aan de prachtige paleizen, kerken, pleinen en de authentieke straatjes.

Plaza Vazquez de Molina

Toen we wandelden op Plaza Vazquez de Molina wisten we niet naar waar we eerst moesten kijken. Het sereen plein bevindt zich in de verlengenis van de Calle Real in het zuiden van de stad (alles is te voet bereikbaar)! Onmiddellijk werd onze aandacht getrokken naar het Palacio Vázquez de Molina, nu het ayuntamiento, wat stadhuis betekent. Schuin hier tegenover bevindt zicht het politiekantoor dat vroeger dienst deed als een opslagplaats voor graan : het antiguo Pósito.

Voor we de kerk binnenstapten, Iglesia de Santa María de los Reales Alcázares viel mijn oog op het gebouw van het huidig gerechtshof. Ik kon het niet laten maar klampte een man aan die me de geschiedenis uit de doeken deed en me vertelde dat het gebouw sinds een paar jaar is gerestaureerd maar vroeger dienst deed als vrouwengevangenis. De houten tralies voor de ramen deden me dit al vermoeden. Nu zijn het kantoren. Ik hoop dat hij het niet uit zijn mouw schudde want de dag daarna zagen we diezelfde man in Baeza met een gids in zijn handen rondwandelen.

Het gerechtsgebouw Ubeda en vroeger een vrouwengevangenis

Wat de kerk betreft : deze is onlangs gerestaureerd, maar binnen was ze zeker niet voorzien van veel pracht en praal, leuk was wel dat je door de pastorij op een soort terras uitkwam met een mooi zicht over het landschap. Uiteraard stond net zoals overal in Andalusië hier eerst een moskee.  

Iglesia de Santa María de los Reales Alcázares

Een ander pareltje op dit plein is de mooie parador : Palacio del Deán Ortega, ik stel voor om zeker even binnen te gaan, je kan plaatsnemen aan één van de tafeltjes en iets bestellen : wij namen de specialiteit van de parador als vieruurtje : een gebakje van flinterdun bladerdeeg met slagroom .. om duimen en vingers af te likken! Ga zeker eens naar het toilet en sta even stil op de prachtige patio.

PARADOR UBEDA

Bij het buitenwandelen van de parador waanden we ons even op een “piazza” in Toscane. Een plein vol met renaissance gebouwen zal je niet veel aantreffen in Andalusië en dat maakt deze plek zo bijzonder.

UBEDA EEN STUKJE TOSCANE IN ANDALUCIA

Bij het verlaten van de Plaza Vazquez de Molina, werd onze aandacht getrokken door een richtingaanwijzer naar : “Synagoge del Agua”. Hier kregen we een privé rondleiding door een Spaanse gids, maar dat nam niet weg dat we volledig ondersteboven waren van deze unieke plek.

VOLG DEZE PIJL EN U GAAT VERSTELD STAAN

De synagoge werd per ongeluk ontdekt omdat men op deze plek een appartementcomplex wou neerzetten.

Uiteraard werd hier een stokje voor gestoken en kon men starten met de opgraving van deze unieke historische synagoge, die volgens archeologen stamt van vóór de 14 de eeuw. Het meest opmerkelijke aan de synagoge is het Ritueel Bad (Mikvéh), één van de beste bewaarde in de wereld en vooral uniek. Volgens onze gids zijn er nog maar een zestal goedbewaarde in Europa.

                                  

We kunnen jullie enkel aanraden om deze unieke synagoge te bezoeken want je valt van de éne verbazing in de andere en ze voert je mee naar de tijden toen Moren, Katholieken en Joden nog vreedzaam met elkaar leefden.

U valt van de ene verrassing in de andere ! 

Ubeda is voor ons één van de mooiste stadjes in Andalusië, vooral door zijn rijke geschiedenis waar vooral de architectuur van Andrès de Vandelvira hoogtij vierde. Bijna alle historischie gebouwen in de provincie van Jaen zijn getekend door deze Andalusische architect.

Nog enkele trekpleisters in Ubeda

Capilla del Salvador
Dit familiepantheon aan de Plaza Vázquez de Molina werd gebouwd in opdracht van Francisco de los Cobos. Het project was in eerste instantie in handen van de Spaanse renaissance-architect Diego de Siloé maar zou uiteindelijk in 1540 onder leiding van Andrés de Vandelvira voltooid worden. 

Palacio de las Cadenas
De bouw van Palacio de las Cadenas, één van de meest weelderige paleizen van Spanje, vond plaats onder leiding van Andrés de Vandelvira in opdracht van Vázquez de Molina tussen 1546 en 1565. De naam van het paleis verwijst naar de ijzeren kettingen die op de deur zaten. Sinds 1850 zetelt de gemeenteraad in Palacio de las Cadenas.   

Santa María de los Reales Alcázares
De belangrijkste kerk van Úbeda is de Santa María de los Reales Alcázares. Deze 13de eeuwse kerk heeft een renaissancegevel. Het gebouw herbergt ook oude delen van een moskee en burcht. 

Cárcel del Obispo
In de 18e eeuw diende dit gebouw als religieuze gevangenis waar nonnen werden opgesloten. Het gebouw is in de loop van de tijd nauwelijks gerestaureerd en derhalve is er weinig veranderd.  

Casa de las Torres
Dit oorspronkelijke middeleeuwse paleis werd ontworpen door Condestable Ruy López Dávalos maar onderging in de loop van de tijd verschillende wijzigingen. De gevel van dit 16e eeuwse paleis is vervaardigd in platerescostijl. In het gebouw zit nu een kunstschool gevestigd. 

Hospital de Santiago
Dit voormalig gasthuis werd gesticht in 1562 en is een van de meest symbolische gebouwen van de stad. Het ontwerp van dit Nationale Monument is van Pedro de Vandelvira en diens zoon Andrés de Vandelvira. Het gebouw met de status van Nationaal Monument doet nu dienst als cultureel centrum en bibliotheek. Hospital de Santiago is gelegen in het zuidelijk deel van de stad buiten de stadsmuren.

Geveltjes kijken in Ubeda een streling voor het oog 

Wat restaurants betreft hebben we er 3 bezocht, waarvan 2 echt de moeite zijn!

La Tintorera, waar we een heerlijke lunch genuttigd hebben aan een eerlijke prijs.

In Tinta Fina Gastrobar hebben we de laatste avond genoten van een wok en werden we verwend met de beste wijn!

Meer restaurants : Tripadvisor.

Je kan Ubeda en Baeza met een gids bezoeken, toen wij echter hiervoor informeerden voor een Engels sprekende gids kregen we als antwoord dat hij of zij 128€ vroeg.   Dit is het niet waard.. ga er lekker zelf op uit en neem deze pagina mee. Baeza. 


Dag 2

Baeza, het tweede wereldwonder op 15 km van Ubeda

De universiteit van Baeza
Reisverslaggeving, het is me wat! Neem nu de Andalusische provincie Jaén. Buiten het wereldrecord olijfbomen per m2 kenmerkt deze provincie zich ook en vooral door de driehoek Jaén – Ubeda – Baeza. Kathedralen aan de lopende meter, afgewisseld met ruines en vooral statige paleizen die intussen gerecupereerd werden als stad- of gemeentehuis, Parador, toeristische dienst of een andere publieke functie.
 
We bezochten eerst Ubeda en Baeza, niet in het minst omdat beide renaissancewonderen zowat op een afstand van 15 km van mekaar bevinden. Het verslag over het wonderlijke Ubeda vindt u elders in deze rubriek, Baeza werd één dag later aan een bezoek onderworpen.
 
De vraag van één miljoen was of Baeza de concurrentie met Ubeda aanging en, zo ja, aankon. Het antwoord is wat dubbel. De eerste indruk is dat Baeza inderdaad nog groter, nog extraverter, nog duurder wilde bouwen. Maar bij nader inzien plooide Baeza vrij snel terug op zichzelf op die unieke locatie boven de Guadalquivir en de schier eindeloos uitgestrekte heuvels vol olijfbomen.
Tuinen van de universiteit van Baeza

Het bezoek begon nochtans sterk, op de Plaza Santa Cruz met de gelijknamige kerk waarin enkele vrij goed bewaarde fresco’s de moeite zijn. Het huidige universiteitsgebouw verbergt een geweldige trappenhal die naar enkele geweldige terrassen leidt. De achterzijde van dit majestueuze gebouw – in feite de voorkant – geeft uit op het plein van de grote kathedraal met kathedraalmuseum. Alles ademt hier historiek en heraldiek; men kan zich de grote katholieke optochten in de decennia na de overwinning op Moorse overheerser voor de geest halen.

                              

Achter die hoofdkerk van het katholieke geloof komt men echter in een wirwar van smalle straatjes terecht waar geen bescheiden stoet meer doorkon. Die straatjes leiden naar Paseo de las Muralles de Antonio Machado, zijnde de omwalling van de stad op een stijle hoogte boven de met olijfcultuur gevulde omgeving. Mooi als “mirador”, maar, met voornamelijk privé-woningen, minder een stadsbeeld.

Een van de must sees in Baeza
Fuente de los Liones

We schakelden vanaf het toeristisch infokantoor – goede Engelstalige service – en de Plaza del Populo over op een toeristisch open rijtuig. Gelukkig maar, want de meerwaardezoektocht ging nu straat in, straat uit, dwars op de brede Calle de San Pablo. Achter elke hoek wel een interessant gebouw, een mooie poort of een verdienstelijk convento, maar de historische context en enige eenheid van bouwstijl ontbrak in straten die verder gevuld waren met anonieme, veel recentere gebouwen.

Met het treintje door Baeza is een mooi alternatief voor het geklim

De spontane vergelijking met Ubeda, waar het oude centrum een grote historische eenheid vertoont, met bovendien achter elke hoek wel weer een nieuwe verrassing, draaide daar compleet in het voordeel van de eerst bezochte stad. Wat was dit een openbaring geweest, het predicaat “wereldwonder” waardig.

                              

Ons bezoekje aan Baeza hadden we gedurende een paar uurtjes afgerond en op gastronomisch gebied kon geen enkel etablissement  ons op het eerste zicht bekoren om de lunch te nuttigen.  Dus reden naar onze volgende bestemming Baños de la Encina.

Het is u ongetwijfeld ook al overkomen. U ziet een spectaculaire foto van een toeristische bezienswaardigheid en u wil dat zelf gezien hebben. Fysiek daar geweest zijn. Bij ons was dat zo met een avondbeeld van het versterkt fort van Baños de la Ensina op de Ruta de las Nasrids. Deze route en de plaatsen die ze verbindt heeft een determinerende rol gespeeld in het laatste maar bepalende hoofdstuk van de Reconquista, de herovering van de Iberische peninsula op de Moren.

het versterkt fort van Baños de la Ensina op de Ruta de las Nasrids.

Een aantal nederlagen tegen de Christen troepen, en vooral de nederlaag in de slag bij Las Navas de Tolosa, noodzaakten het opstaan van een sterke lokale leider. Dat werd Alhamar uit de stad Arjona, die erin slaagde een eigen koninkrijk op te richten met Granada als hoofdstad en de stichter werd van de Nasrid dynastie. Dit historisch feit wijzigde de historiek van een groot gebied in het achterland van Jaén tot en met de provincie Granada. De Nasrid dynastie was uiteindelijk de langst regerende dynastie Met Granada als hoofdstad. Het Alhambra werd onder hun beleid gebouwd. 23 emirs stonden aan het hoofd tussen de stichting in 1230 en 2 januari 1492, toen Mohamad XII zich overgaf aan de Christelijke koninkrijken van Aragon & Castilla en het Iberisch schiereiland verliet.

De route omvat uiteraard ook de wonderlijke steden Ubeda en Baeza, dus dat kwam goed uit. We vertrokken na het stadsbezoek uit Baeza en reden richting Linares en Bailén. Eens die laatstvermelde plaats voorbij zagen we in de verte al de contouren van het majestueuze fort met de 14 mortiertorens. Het bouwsel heeft de vorm van een schip dat bovenop de heuvel staat. Je bedenkt je er meteen de aanvallen bij om dit fort in te nemen en de onverbiddelijke manieren om die aanvallers af te houden. Het kasteel was niet open maar bij het binnengluren konden we wel vaststellen dat binnen de muren niet veel te zien was. Des te imposanter was de wandeling rond de muren van het fort met de torens en de twee boogvormige ingangen voor paarden.

Baños de la Encina: “Vaut le détour”!


Dag 3

Jaén, de hoofdstad die je beter vermijdt.

Een chaos om het centrum te vinden en om een parkeerplek.  Niets maar ook niets heeft ons gecharmeerd in de hectische stad.  Er zijn volgens gidsen wel wat dingen te bezoeken die de moeite waard zijn, maar wij waren “op van de zenuwen” door de drukte en het lawaai.  Nee Jaén heeft ons niet bekoord!  Wij wilden zó snel mogelijk weg. 

Wat nu?  Onze daguitstap viel in het water, dan maar opzoek naar een plek om te lunchen .. liefst bij de locals ..en ja hoor gevonden : dagmenu aan 10 euro, daar kan je geen honger voor lijden .. lekker?  Het smaakte maar een culinair genot was het niet! 

Ons onvergetelijk bezoek aan de “Almazara”

Wat doe je als je al een paar dagen tussen 66 miljoen olijfbomen reist?
Je wil wel eens zo’n olijfoliefabriekje bezoeken.
Bij ons ging dat zo: “Ober, weet u hier in de buurt een olijfolieproductie die we vandaag nog zouden kunnen bezoeken?
Hola, Caballero….” En na twee minuten nadenken schrijft hij een telefoonnummer op het papieren tafelkleed dat ook nog moet dienen voor de lunch.
Anderhalf uur later werden we verwelkomd door de sympathieke manager van het Departemento Internacional van Oleícola San Francisco in het nauwelijks op een wegenkaart vermeldde Begíjar in de olijvenprovincie Jaén. Luis Serrrano Barrie verkoopt de meermaals bekroonde San Francisco olijfoliën aan een internationaal vakpubliek.   Lees hier alles over deze fantastische ervaring …..

We hebben nog een kort bezoekje gebracht aan Cazorla, bekend voor zijn prachtig natuurpark, maar omdat het al begon te schemeren zijn we moe en voldaan teruggekeerd naar Ubeda. We zullen nog wel een teruggaan! 


Dag 4

Op dag 4 hebben we nog wat gekuierd in Ubeda om wederom te genieten van alle pracht en praal in deze kleine, gezellig en authentieke stad voor we aan onze terugreis begonnen.

Op aanraden van een familielid zijn we onderweg gestopt in Alcalá de Real om de prachtige gerestaureerde burcht : Forteleza de la Mota te bezoeken. Een must als je van Cordóba naar Granada reist of omgekeerd! 

Een wandeling door het Forteleza de la Mota is een reis in de geschiedenis en zeker ook heel tof om met kinderen te doen. 

Van Romeinse overblijfselen tot vondsten van de Moren tot de overwinning van de Katholieken.  Maar het meest frappante zijn toch de resten van de moskee die dankzij een brand in de kerk in 1812 werden blootgelegd. Ook de burgeroorlog in de 20 ste eeuw heeft veel vernietigd.  Het is ook nog maar recent dat men is begonnen aan de wederopbouw van dit prachtig kasteel. 

Fortaleza de la Mota de kerk


            

Einde, van een prachtige vierdaagse

Moe maar vol nieuwe ervaringen gingen we onze hondjes oppikken bij onze lieve vrienden Katrien en Marc, waarvoor hartelijke dank voor de goede zorgen.  Gracias amigos. 

Facebookmail